Aansprakelijkheid bestuurder en decharge

Geplaatst op: 05 mei 2020
Geschreven door: Bart van Rijsbergen

Bestuurders van een rechtspersoon kunnen door de rechtspersoon aansprakelijk worden gesteld. Deze interne bestuurders-aansprakelijkheid is bijvoorbeeld aan de orde wanneer een bestuurder onverantwoorde risico’s neemt. Veelal wordt echter jaarlijks aan het bestuur door de rechtspersoon decharge verleend voor het in het vorige boekjaar gevoerde beleid. Van belang is dat de decharge zorgvuldig wordt geformuleerd.

In dit artikel bespreek ik de decharge en tot hoeverre deze decharge reikt aan de hand van een beslissing (arrest) van het Hof Amsterdam van 22 oktober 2019.

Decharge
In een algemene vergadering van aandeelhouders kan aan een bestuurder bij besluit decharge (kwijting) worden verleend voor het in een bepaalde periode gevoerde beleid. Decharge wordt door de aandeelhouders vaak gegeven op het moment dat de jaarrekening wordt vastgesteld. De periode waarvoor de decharge geldt is dan ook veelal het voorgaande boekjaar.

Wanneer decharge wordt verleend, is de rechtspersoon rechtstreeks aan dit besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders gebonden en kan de rechtspersoon het bestuur niet meer aanspreken voor eventuele onbehoorlijke taakvervulling.

De wet (artikel 2:210 lid 3 BW) bepaalt dat het enkel vaststellen van de jaarrekening niet automatisch het geven van decharge inhoudt. Van belang is dan ook dat het verlenen van decharge als afzonderlijk agendapunt wordt behandeld.

Reikwijdte decharge
Decharge is niet allesomvattend. De decharge geldt niet voor:

  • Externe bestuurdersaansprakelijkheid. De decharge wordt namelijk verleend door de rechtspersoon en enkel de rechtspersoon doet afstand van haar eigen recht om schadevergoeding van de bestuurder te eisen. Rechten van derden, zoals contractspartijen van de rechtspersoon, blijven gewoon bestaan en vallen niet onder de reikwijdte van de decharge. De bestuurder kan door derden gewoon aansprakelijk worden gesteld.
  • De decharge strekt zich niet uit over zaken die door het bestuur niet aan de algemene vergadering van aandeelhouders zijn meegedeeld. Uit de rechtspraak volgt dat decharge zich niet uitstrekt tot informatie waarover een aandeelhouder uit andere hoofde – buiten het verband van de algemene vergadering van aandeelhouders – de beschikking heeft gekregen, of tot gegevens die niet uit de jaarrekening blijken of niet anderszins aan de algemene vergadering van aandeelhouders zijn bekend gemaakt voordat deze de jaarrekening vaststelt.

De uitspraak (arrest) van het Hof Amsterdam van 22 oktober 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:3820) beantwoordt enige vragen hoever een decharge strekt.

Arrest Hof Amsterdam
De onderhavige zaak ziet op een statutair bestuurder van een Woningcorporatie. Er was sprake van onenigheid tussen deze bestuurder en de Raad van Toezicht van de Woningcorporatie.

Op 3 februari 2011 heeft de Kantonrechter de arbeidsovereenkomst van de bestuurder ontbonden. Een grote rol in de onenigheid tussen partijen was een bouwproject.
 
Na het ontslag van de bestuurder wordt een interim-bestuurder aangesteld, die de jaarrekening en het jaarverslag van 2010 opstelt. In juni 2011 wordt deze door de algemene ledenvergadering van de vereniging goedgekeurd. In de notulen staat:

“Besluit:

De leden verlenen decharge aan de statutair directeur en de Raad van Toezicht over de stukken die aan de algemene ledenvergadering zijn overgelegd”.

Nadien wordt de voormalig bestuurder door de Woningcorporatie aansprakelijk gesteld voor geleden en nog te lijden schade ter zake het bouwproject.

Decharge aan voormalig bestuurder of interim-bestuurder?
De Woningcorporatie stelt zich op het standpunt dat de decharge niet is verleend aan de voormalig bestuurder, maar aan de interim-bestuurder. Deze stelling gaat niet op.

Het Hof oordeelt dat de interim-opvolger pas na het einde van de verslagperiode waar het jaarverslag 2010 op zag is aangetreden. Tegen die achtergrond kan de kwijting slechts redelijkerwijs begrepen worden als betrekking hebbend op de voormalig bestuurder, aldus het Hof.

Bekendheid met bouwproject
Daarnaast betoogt de Woningcorporatie dat de decharge niet ziet op het bouwproject, nu dit project weliswaar genoemd wordt in de stukken, maar de verweten handelingen zelf niet uit het jaarverslag 2010 blijkt. Ook hier vangt de Woningcorporatie bot.

Het Hof heeft namelijk vastgesteld dat het project door extra vergaderingen waar de situatie ter sprake is gekomen voorafgaand aan de vergadering waarin de jaarrekening is vastgesteld, is toegelicht. Het Hof komt dan ook tot de conclusie dat de decharge ook ziet op het project.

Juridische reikwijdte decharge
De Woningcorporatie heeft in de procedure ook de stelling ingenomen dat de decharge enkel en alleen ziet uit hoofde van artikel 2:9 BW (interne aansprakelijkheid bestuurder ten opzichte van de vennootschap) en niet op een vordering uit hoofde van artikel 6:162 BW (de onrechtmatige daad).

Het Hof gaat hier niet in mee en oordeelt, evenals de Rechtbank, dat de decharge op een dusdanige algemene manier is geformuleerd dat deze niet alleen op aanspraken op basis van artikel 2:9 BW ziet, maar ook op andere juridische grondslagen.

Conclusie
De reikwijdte van een dechargebesluit is een kwestie van uitleg. Geadviseerd wordt om een dechargebesluit helder en zo nodig specifiek op te stellen. Als een besluit in algemene termen wordt opgesteld, loopt de rechtspersoon het risico dat bij een geschil achteraf de rechter een ruime uitleg aan een dergelijk besluit geeft.

Interesse of meer weten?

Vul hieronder uw naam en telefoon nummer in. Wij bellen u dezelfde werkdag nog terug!